Mijn verhaal in een paar penseelstreken

Over Lennart

Bio

Van nature doe ik graag aan observeren. Ik ben gefascineerd door menselijk gedrag en probeer dit ook te begrijpen. Wat beweegt mensen om te doen wat ze doen en te zeggen wat ze zeggen? Het wordt helemaal interessant als het gaat om characters die met veel ogen op zich gericht worden geacht belangrijke beslissingen te nemen voor het land. Bijvoorbeeld in de politieke arena. De politieke geschiedenis is voor mij dan ook als een kijkdoos waarin de meest kleurrijke figuren in staat zijn tot allerlei strapatsen en waarin belangrijke lessen verscholen liggen voor het heden.

Les van meneer Eijkelenboom

Mijn interesse voor die politieke geschiedenis is zo rond mijn vijftiende ontstaan. Meneer Eijkelenboom, een prototype enthousiasmerende geschiedenisleraar, vertelde in geur en kleur over de Nacht van Schmelzer en de spannende Kamerdebatten tussen Den Uyl, Van Agt en Wiegel. Dat was op het Christelijk Lyceum in Apeldoorn, op negen kilometer fietsen van mijn thuisdorp Vaassen. Inhoudelijke discussies in de klas werden voorzien van grappig en prikkelend commentaar van de docent. Daar op het vwo - Eikelenboom benadrukte steevast dat we op het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs zaten - schreef ik ook mijn eerste ‘serieuze’ werkstuk, inclusief verplicht notenapparaat. Over een heel ander onderwerp overigens: het Vietnamese Tetoffensief. Het zaadje was in ieder geval geplant en de studie geschiedenis was een logische vervolgstap.

Het werd geschiedenis in Groningen. In mijn studietijd werd mijn liefde voor het schrijven verder aangewakkerd. Ik kon papers schrijven over zo ongeveer elk onderwerp dat me interesseerde, van Atatürk tot Abraham Kupyer, en had lol in redactieklussen voor Groniek, een historisch-wetenschappelijk tijdschrift gerund door studenten. Ik schreef mijn Bachelorscriptie over de band tussen oud-VVD-leider Hans Wiegel en De Telegraaf in de beginjaren van zijn Haagse carrière. Dat onderzoek leverde ook een mooie ontmoeting met de hoofdpersoon op.

Mijn passies achterna

Na mijn tijd in Groningen volgde de master Geschiedenis van Politiek en Parlement in Nijmegen. Ik werd student-assistent bij het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis (CPG), en rolde daarna mijn eerste baan in als onderzoeker bij datzelfde Centrum. Een passender plek om mijn loopbaan te beginnen was er eigenlijk niet. Ik werd aangenomen om mee te werken aan een boekproject over de lange jaren zeventig, de periode van de kabinetten-Biesheuvel, -Den Uyl en -Van Agt. Inderdaad, precies het tijdvak waar ik als middelbarescholier door gegrepen was. Voor Grote idealen, smalle marges, dat in 2022 verscheen, verzorgde ik bijdragen over de middenschool en andere hervormingsplannen.

In maart 2020 begonnen collega-auteur Johan van Merriënboer en ik ook met het project ‘Lubbers-biografie’. Of, nou ja: net in die periode brak de coronacrisis uit, waardoor archieven dichtgingen en interviews moesten worden uitgesteld. Uiteindelijk hebben we in ruim vier jaar tijd toch bijna vijftig mensen over Lubbers kunnen spreken, ontelbaar veel bronnen bestudeerd en verschillende archieven in binnen- en buitenland geraadpleegd, met de reis door Amerika (Californië, Texas, Washington DC en New York) als kers op de taart. In november 2024 verscheen Ruud Lubbers. Een slag anders.

Utrecht en Den Haag

Na een gedenkwaardige presentatie van de biografie in het Catshuis en de Paleiskerk in Den Haag was het afkicken geblazen van Lubbers. Ik kon weer uit de werkkamer kruipen van mijn woonboot in Utrecht, de Bianchi uit de schuur halen en boeken lezen in mijn favoriete koffietentjes.

Lubbers laat me ondertussen nog niet helemaal los. Ik geef regelmatig lezingen over de biografie. Ondertussen ben ik in de Tweede Kamer gestart als onderzoeker voor de Parlementaire Enquêtecommissie Corona. Een mooi project op het snijvlak van onderzoek en politiek, waarbij we de grootste maatschappelijke kwestie van de afgelopen jaren in kaart proberen te brengen. Naast een reconstructie van de besluitvorming op het hoogste niveau proberen we lessen te trekken voor eventuele toekomstige crises. En ja, ook in dat dossier komt mijn fascinatie voor menselijk gedrag prima aan bod.